Lerarentekort is geen vaag gevoel dat scholen melden om aandacht te vragen — het wordt elk jaar opnieuw doorgerekend door onafhankelijke arbeidsmarktmodellen, en de uitkomsten zijn openbaar. De cijfers hieronder komen van OCW in cijfers (het officiële statistiekenplatform van het ministerie van Onderwijs) en van Centerdata-ramingen die aan de basis liggen van de VO-sectorprognoses.
Primair onderwijs: oplopend naar 2028
Volgens de ramingen van OCW in cijfers (peildatum december 2024) ontstaat er in 2028 een tekort van 4.777 fte aan leraren en directeuren in het primair onderwijs, bovenop de huidige situatie. De prognose waarschuwt er zelf bij dat verder vooruitkijken dan dat onbetrouwbaar wordt: de aannames in het model raken dan hun geldigheidsgrens. Het tekort is bovendien niet gelijk over het land verdeeld — gebieden met groeiende leerlingaantallen worden harder getroffen dan steden met een relatief stabiele of krimpende instroom. Amsterdam en Almere hebben volgens OCW in cijfers juist een relatief lage verwachte vacaturedruk, wat illustreert dat "lerarentekort" geen landelijk uniform probleem is, maar sterk regionaal verschilt — iets om rekening mee te houden bij het zoeken naar een school via Organisaties of Plaatsen.
Voortgezet onderwijs: vooral bij de kernvakken
In het voortgezet onderwijs werd het tekort voor 2025 geschat op circa 2.200 fte, ongeveer 3,5% van de totale lerarenbezetting, met een verwachte piek rond 2030-2031 van 3.400 tot 3.500 fte. Die cijfers komen uit twee Centerdata-rapporten: "Arbeidsmarktramingen onderwijs 2025" en "Personeelstekorten voortgezet onderwijs" (peildatum 1 oktober 2025). Het tekort is scheef verdeeld over de vakken:
- Nederlands: van circa 305 fte nu naar een geraamde 727 fte in 2030.
- Wiskunde: van circa 225 fte nu naar een geraamde 680 fte in 2030.
- Daarnaast structureel kwetsbaar: Duits, Frans, informatica, natuurkunde, scheikunde en klassieke talen.
Waarom het tekort niet zomaar "oplost"
Twee bewegingen versterken elkaar. Aan de instroomkant kiezen minder jongeren voor een lerarenopleiding dan nodig is om de vervangingsvraag (pensionering, verloop) bij te houden. Aan de uitstroomkant zorgt een vergrijzend lerarenkorps ervoor dat de vervangingsvraag juist toeneemt. Dat is precies de reden dat zij-instroom en vergelijkbare versnelde routes door de sector zelf worden gestimuleerd, inclusief een subsidieregeling vanuit DUO voor de scholingskosten: het is geen tijdelijke wervingscampagne, maar een structurele aanpassing van hoe mensen het beroep in kunnen stromen.
Wat dit betekent voor wie de overstap overweegt
Concreet betekent dit tekort dat scholen in veel regio's en bij veel vakken actief op zoek zijn naar mensen met een andere achtergrond die het vak willen overstappen — zeker bij wiskunde, Nederlands en de bètavakken. Op Werken in het onderwijs en in de vacatures op Onderwijsspot zie je waar dat in de praktijk al gebeurt, per achtergrond en per organisatie.
